JURYRAPPORT LEO HERBERGHS POËZIEPRIJS 2022
De Stichting Dichter in Beeld stelt zich ten doel dichters en gedichten een fysieke plek te geven in het straatbeeld en landschap in een combinatie van poëzie en andere kunst-vormen. Geruime tijd was haar werkgebied de Nederlandse provincie Limburg, maar de laatste jaren is de stichting ook in andere delen van het land actief, onder meer in Ro-zendaal en Beverwijk/Wijk aan Zee. Dichter in Beeld wil – in goede afstemming met de overheid - een intermediair zijn tussen de dichter en de samenleving. Doel is de dicht-kunst letterlijk en figuurlijk de ruimte te geven en het publiek in aanraking te brengen met de schoonheid van de poëzie. Voor de periode 2020 tot 2025 is onder meer Maas-tricht gekozen als plaats waar Dichter in Beeld de ontmoeting tussen poëzie en publiek vorm wil geven in de continuering van de Leo Herberghs Poëzie Prijs.
Beleid voor de periode 2020 tot 2025
- De prijs wordt, te beginnen in 2020, vijf jaar achtereen jaarlijks uitgereikt door stich-ting Dichter in Beeld (DiB).
- De vijf gedichten gaan onderdeel uitmaken van een wandelroute door het Frontenpark (Sphinxgebied) te Maastricht. Het gedicht houdt op enigerlei wijze verband met de na-tuur van het Frontenpark en dus met Maastricht en het dient te associëren te zijn met het oeuvre van Leo Herberghs, de naamgever van de prijs.
- De dichter ontvangt een geldbedrag van € 750,-, in ruil waarvoor de dichter een gedicht schrijft.
- De uitreiking van de prijs geschiedt tijdens een feestelijke bijeenkomst waarna er een onthulling plaats vindt op de locatie in of bij het Frontenpark.
- De vijf uitgevoerde gedichten vormen een literaire wandeling ter nagedachtenis aan Leo Herberghs.
- Aan deze wandelroute wordt uiteindelijk een publicatie gewijd.
De criteria
Aan de dichter van keuze wordt de vraag voorgelegd: ‘Kan de dichter een gedicht schrij-ven dat prikkelend en innovatief is en aansluit bij het beleid van de gemeente Maastricht om het Frontenpark een hippe en dynamische uitstraling te geven? Enige associaties met het werk van Leo Herberghs dienen in het gedicht te herkennen te zijn’
Uitgangspunt voor de keuze van de dichter is dat het gaat om een in de Nederlandse taal publicerende dichter, die zich als zodanig heeft bewezen en daarvoor maatschappelijke erkenning heeft gekregen.
De jury
De jury voor de toekenning van de LHPP 2022 bestaat uit:
- Frans van Wijmen, voorzitter
- Peter Pluijmen, lid
- Wim van Til, lid
Bij haar werkzaamheden heeft de jury zich laten adviseren door:
- Gert Boonekamp
- Gijs van Elk
De jury doet een bindende voordracht aan het bestuur van de Stichting Dichter in Beeld, dat bestaat uit Johan Dinjens (voorzitter), Gijs van Elk (secretaris en penning-meester), Harald Merckelbach en René Corten.
Voor de Leo Herberghs Poëzie Prijs 2022 is de keuze gevallen op de dichter:
Radna Fabias
Een korte biografie.
Radna Fabias (1983) is geboren en getogen op Curaçao. Na haar verhuizing naar Nederland studeerde ze aan de HKU Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze debuteerde als dichter met de dichtbundel Habitus (2018) die alle grote po-ezieprijzen in Nederland & België won, waaronder de Herman de Coninckprijs en de Gro-te Poëzieprijs. Ze werd door de Volkskrant uitgeroepen tot Nederlands literair talent van 2019.
De stijl van Fabias kenmerkt zich door een grote variëteit, zowel qua inhoud als qua stijl. Volgens het Nederlandse tijdschrift De Groene "durft Fabias alle hoeken en gaten van poëzie als kunstvorm te gebruiken, de gedichten zijn kort en lyrisch, soms verhalend en lang, soms helder en toegankelijk en soms hermetisch en experimenteel." Habitus is vertaald in het Engels, Frans, Spaans, Arabisch en Duits.
Verantwoording van de voordracht
Aanvullend aan de door het bestuur van DiB geformuleerde criteria hanteert de jury bij haar keuze de volgende criteria.
1. Uit de poëzie spreekt vakmanschap gekenmerkt door taalbeheersing en taalverrijking. De dichter maakt van de taal haar/zijn eigen taal.
2. Zeggingskracht. De poëzie spreekt, bergt in zich een eigen boodschap die de lezer treft en de mogelijkheid geeft hier een eigen fantasiewereld aan te verbinden.
3. Originaliteit. De poëzie legt verfrissende werelden bloot. Brengt oude werelden tot le-ven of opent perspectieven op nieuwe. Stelt actuele maatschappelijke thema’s aan de or-de en nodigt de lezer uit om hieraan eigen gedachten en opvattingen te scherpen.
De literaire wapenfeiten van Fabias liggen gedeeltelijk in het iets verdere verleden.
In 2016 won ze met het gedicht «gieser wildeman» de Poëziewedstrijd van de stad Oost-ende.
In 2018 verscheen haar debuutbundel «Habitus», waarin overigens ook «gieser wildeman» is opgenomen.
In 2021 verscheen bij de Arbeiderspers de Nederlandse vertaling door Radna Fabias van «Averno», gedichtenbundel van Nobelprijswinnares Louise Glück. Glück noemde Averno (2006) naar een klein kratermeer in Zuid-Italië, dat door de Romeinen werd beschouwd als de toegang tot de onderwereld.
Niet onvermeld mag blijven dat de debuutbundel «Habitus» door de Nederlandse literaire kritiek lovend is ontvangen (literaire dijkdoorbraak, overdonderende bundel, een rijp en overrompelend boek) en dat de bundel vele literaire prijzen heeft verworven.
Alvorens haar keuze toe te lichten merkt de jury nog op dat zij verschillende van de andere genomineerde dichters, zoals Charlotte van den Broek, Lies van Gasse en Carmien Michels, ook in aanmerking vond komen voor de LHPP.
Aantrekkelijk in de poëzie van Fabias is het zoekende, het nieuwsgierige en de onver-bloemde presentatie van haar geheel eigen “postmoderne gendertheorie”: ik ben een vrouw ik zou kunnen bestaan naast een man maar een man is geen lichaam. Dit komt uit «gieser wilde-man». Het is verleidelijk om aan deze fascinerende gendertheorie een analyse te wijden. Voor Radna Fabias is dichten, schrijven een manier om grip te krijgen op de dingen: “Op papier is het goed zoeken, goed twijfelen”.
De typografie en de taalopmaak van Habitus (betekent: gestalte, uiterlijke vorm, maar ook gedrag) kenmerken de poëzie als vormvrij: geen hoofdletters, geen interpunctie. De enige hoofdletters die worden gebruikt zijn in Bijbelse benamingen. Opvallend is verder dat het woord 'neger', indien gebruikt, standaard schuin wordt gedrukt.
De bundel is ingedeeld in drie delen: "Uitzicht met kokosnoot", "Rib" en "Aantoonbaar geleverde inspanning" gevolgd door een epiloog.
"Uitzicht met kokosnoot" is het eerste deel. Dit speelt zich grotendeels af op Curaçao. Twijfel en contrast zijn terugkerende thema's in dit deel; in "Uitzicht met kokosnoot" beschrijft Fabias' gemengde gevoelens met betrekking tot haar geboorte-eiland, waarin ze voortdurend worstelt tussen een bijna melancholisch verlangen en een snijdende pijn of woede. "Uitzicht met kokosnoot" wordt ingeleid met het gedicht "wat ik verstopte", dat gewijd is aan Curaçao. Het opent met een sfeerimpressie van het eiland waarvan de mo-derniteit bezit heeft genomen:
velgen
de onberispelijk opgepoetste in de zon glimmende velgen
te groot en te duur voor de auto’s waaronder ze draaien
de geblindeerde ruiten van de auto’s met de glimmende velgen
de ver naar achteren leunende bestuurders van de auto’s
met de geblindeerde ruiten en de glimmende velgen
de explosieve bassen uit de in de kofferbak geïnstalleerde subwoofers
het stof van de dorre velden
en haarvet: groen
of de zwarte versie
ruikt naar olieraffinaderij
perfect
voor het haar van de moderne neger in de jaren 80
perfect
om de natuurlijke zwartheid te onderstrepen, te laten glinsteren
perfect
om het stof te dragen van
de dorre velden waarop doornige struiken groeien
het stof
Het lange gedicht eindigt cynisch circulair:
de verschrikking
de toeristen
altijd lachen naar toeristen
dat heet opvoeding
de zon
het blauw
het onmogelijke blauw van de lucht
het onmogelijke blauw van de zee
de vissers in bootjes drijvend op de onmogelijk blauwe, transparante zee
het zand
de aangespoelde vissenstaarten in het witte zand
het witte zand bij het onmogelijke blauw van de zee
het witte zand dat verdacht veel lijkt op het stof
het stof
Schrijnend is het gedicht "handoplegging" waarin het misbruik in de kerk onverbloemd openhartig wordt beschreven. In de kerk die broeder george bouwde is hij met zijn hand langs de gloeiende lichaamsdelen van ten minste drie vrouwen gegleden. Pijnlijk beeldend:
in de wachtkamer van de hemel houden we onze benen stevig tegen elkaar aangedrukt
(ik ook, Vader, ik ook)
niemand verliest zich in de kruizen van alle mannen die hier ooit preekten
(ik al helemaal niet, Heer, zeker niet)
broeder george haalt zijn kruis uit zijn broek en het is heilig want Jezus
had er ook één en Hij droeg het waardig
Het tweede deel, "Rib", focust op het lichamelijke of het zelf en gaat dieper in op de rol die de vrouw wordt toegekend. De rib is een terugkerend motief; de rol van Adams rib in de creatie van Eva wordt gebruikt om de rol van de vrouw tegenover de man te belichten. De vervloeking van Eva na het eten van de verboden vrucht; de bevalling en het in dienst staan van de man, staan daarin centraal. De historische connotatie van de rib als mo-tief toont tegelijkertijd aan hoe ver terug deze traditionele man-vrouw-rollen te traceren zijn. Het gedicht "rib" sluit hier ook op aan; het beschrijft de normen en de waarden die de vrouw vanaf haar geboorte worden opgelegd. “aanvaard je lot, rib” Zedigheid en on-derworpenheid is haar lot: “leer nu wachten”.
Na reizen door haar geboorteland Curaçao en een uitvoerige verkenning van vrouw-man-zijn speelt het derde deel "Aantoonbaar geleverde inspanning" zich af in Nederland. Je moet je geleverde inspanning kunnen aantonen: dat je hier wilt inburgeren. In het ope-ningsgedicht beland je letterlijk in de kou.
om de winter te begrijpen moet men de sneeuw dan proeven de sneeuw
moet gemetaboliseerd worden tot tranen het proces is onbegrijpelijk
onwetenschappelijk niet reproduceerbaar een andere manier is er niet
De aantoonbaar geleverde inspanning (het slotgedicht) voert een ‘ballotant’ op, die de taal beheerst en klinkt als een nieuwslezeres, maar de moedertaal vergeten is.
de ballotant kan fietsen zonder rijwielen
weet hoe kleding aan te passen aan weersomstandigheden
kan zonder jas naar buiten als het 15 graden is
gebruikt de heupen minder bij het dansen
Het gedicht eindigt met een indrukwekkende opsomming van wel drie pagina’s van ei-gentijdse kenmerken van onze samenleving. Zoals alles het lezen meer dan waard.
De bundel eindigt met een epiloog, die te lezen is als een samenvatting. De steeds afwe-zige vader blijft afwezig, is de man die mij terloops en onbedoeld verwekte. De moeder wordt met liefde teruggebracht naar haar geboortegrond.
mijn moeder breng ik terug naar het barre land omdat ik van haar houd
vanwege mijn moeder geef ik iedereen die op mij lijkt terug aan de aarde
ik werp mijn mantel af omdat ik van mijn moeder houd
omdat ik van mijn moeder houd bezweer ik de herhaling vanuit mijn
afgeklemde eierstokken
mijn afgeklemde eierstokken zijn schoon
mijn afgeklemde eierstokken zijn schitterend
mijn afgeklemde eierstokken zijn vervaardigd van reactieve metalen
dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het
De bundel «Habitus» is een routekaart van de dichter, die ons meevoert in een verbazingwekkende ontdekkingstocht. Poëzie die niet pretendeert poëzie te zijn. Een reisverslag van een ontwapenende eenvoud en directheid.
Het poëtische handwerk (vakmanschap) is voor een interculturele debuutbundel met vaardigheid gehanteerd. Dat vonden blijkens de prijzenslag vriend en liefhebbers.
De evocatie van een door westerse beelden geïmpregneerde geboortestreek, de openharti-ge zoektocht naar wat de dichter als vrouw bezighoudt in relatie tot een man, wiens be-staan in raadselen gehuld blijft en de intrede in een nieuw land, die invoelbaar herken-baar is als spitsroedelopen.
Kortom, een origineel visitekaartje, dat aanhankelijkheid aan vroegere, huidige en toe-komstige culturen verraadt.
Hiermee is nog eens gezegd dat Radna Fabias in alle opzichten voldoet aan de specifieke criteria die de jury van de Leo Herberghs zich heeft gesteld.
Ter afsluiting. De jury weet zich verbonden met Leo Herberghs en herkende facetten van Radna Fabias in het gedicht:
iemand
iemand wist uit
wat ik u zeg
iemand schrijft uit
wat ik u zwijg
iemand leeft uit
wat ik verdroom
enkel maar duid
uit: Heilig weer (1977)
Namens de jury van de Leo Herberghs Poëzieprijs,
Frans van Wijmen, voorzitter
Maastricht, 22 maart 2022
Credits:
foto Radna Fabias: Elizar Veerman foto René Corten: Dichter in Beeld