View Static Version
Loading

Rotterdamse Poëzie Poëzie van en over Rotterdam uit de collectie van het Rotterdamsch Leeskabinet

De poëzie van het Rotterdamsch Leeskabinet

Meer dan tienduizend bundels in verschillende talen, een keur aan poëzietijdschriften. De poëzie gaat ons aan het hart, neemt een belangrijke plaats in binnen de collectie van het Rotterdamsch Leeskabinet. Dat maken we waar door bijzondere uitgaven en actuele titels te verzamelen, maar ook door in onze publieksactiviteiten ruimte te bieden voor deze bijzondere kunstvorm.

Het Leeskabinet en de poëzie zijn soms op bijzondere manier met elkaar verweven. Zo is het maar weinigen bekend dat Annie M.G. Schmidt als volontair voor het Leeskabinet werkte, lees verderop hoe ze daar prachtig sikkeneurig over schrijft. De dichter J.C. Bloem was in de jaren ‘20 vaste bezoeker bij het Leeskabinet aan de Geldersekade. In onze prominente nis met houten kasten, waar ook de poëzie in open opstelling staat, is in de messing plaat een gedicht van Jana Beranová gegraveerd.

Niet vreemd dus, dat voor de vervaardiging van ons voorjaarsgeschenk, in deze expositie te bewonderen, een Rotterdamse dichter, uitgever én vormgever zijn aangezocht.

Geniet van de selectie Rotterdamse poëzie die we hier voor u hebben uitgestald. Wij hopen dat in de noodzakelijke beperking die we ons hierbij moesten opleggen, iets van onze eigen poëzie doorklinkt.

Het sneeuwde in onze ogen is een exclusieve publicatie van zes gedichten uit de bundel De tere bloemen van het verstand (Van Gennep, 2016) van de Rotterdamse dichter Myrte Leffring. Gemma Plum verbeeldde haar gedichten op prachtige wijze en maakte daarvan een zeefdruk in beperkte oplage.

Wat is poëzie?

Literatuurwetenschappers hebben zich eindeloos afgevraagd waarin poëzie zich onderscheidt van bijvoorbeeld proza. De slotsom is steeds dat poëzie niet op een wezenskenmerk is vast te pinnen. Dat is maar goed ook: als datgene wat we op enig moment als poëzie aanduiden tijd en cultuurgebonden blijkt, kan eigenlijk álles poëzie zijn en ontstaat er ruimte voor nieuwe stromingen.

Uiteraard zijn er wel formele kenmerken aan te wijzen: elementen waaraan we doorgaans een gedicht als gedicht herkennen. De meest in het oog springende zijn de typografie, de strofe-indeling, versvoet, enjambement, alliteratie, assonantie, het rijm, extragrammaticaliteiten, parallellie, de keuze van de dichter voor het vormvaste of het vrije vers.

Simon Vestdijk heeft het in De glanzende kiemcel over twee soorten dichters: zij die het muzikale vers beoefenen en degenen waarbij de poëzie draait om de gevoelsuitbarsting. Rutger Kopland onderzoekt in Het mechaniek van de ontroering heel nauwgezet waarom sommige poëzie hem zo raakt en andere juist niet. Ellen Deckwitz nodigt in haar werk uit zelf met taal aan de slag te gaan. Ze beweegt daarmee weg van de opvatting van deze kunstvorm als elitair en ontoegankelijk.

Geen van voornoemde dichters slaagt erin het mysterie van de poëzie te ontrafelen; dat is ook niet hun bedoeling. Het is niet de droge analyse van de theoretici, hoe waardevol ook, die de boventoon voert. Het is de liefde voor de dichtkunst, die hun poëtica met elkaar verbindt.

Annie M.G. Schmidt (1911-1995) was in 1934 zes weken vrijwilligster bij het Rotterdamsch Leeskabinet. In 1938 publiceerde zij dit gedicht over het werk in de leeszaal, met de beroemde beginzin van Willem Kloos:

Aan haar moeder schreef ze: ‘Er is zooveel moois, je hebt geen idee van de hoeveelheid kranten tijdschriften en boeken. Je zult wel verrukt zijn als je dat ziet en vooral ook van de leeszaal. Dat is een majestueuze zaal, verschrikkelijk lang en heel hoog met galerijen en een schitterend uitzicht.’

Rotterdamse klassiekers

Er zijn talloze gedichten geschreven over Rotterdam. Lofzangen en schimpscheuten, die de schoonheid én de banaliteit van de stad bezingen.

De eerste grote lofzang op Rotterdam was De Rottestroom van Dirk Smits (1702-1752), uit 1750. Een poëtische beschrijving van het riviertje De Rotte, waarnaar Rotterdam is genoemd.
Willem van Iependael (1891-1970) vertegenwoordigde aan het begin van de twintigste eeuw de zelfkant van de Rotterdamse samenleving; hij schreef verzen in volkstaal, een aanklacht tegen een maatschappij die slechts uit was op geldelijk gewin.
In dezelfde tijd was Anna Blaman (1905-1960) een van Rotterdams belangrijkste schrijvers en meest bekend om haar proza. Haar gedichten werden pas na haar dood gebundeld.
De eerste echte stadsdichter was Jan Prins, wiens De stad waar men kind is geweest (1946) vele Rotterdammers in de boekenkast hadden staan.
De verwoesting van mei 1940 zorgde voor een hausse aan gedichten, die de verloren stad bezongen. Een waar curiosum is het kleine boekje Oorlogsstad, Rotterdam 1940-1945 van Paul J.G. Huincks, een bundel vierregelige verzen over de verwoeste stad in de bezettingsjaren, uitgegeven in 1945.

Bestaat er Rotterdamse poëzie?

"De poëzie uit Rotterdam is onintellectueel, ongezwollen, zelden of nooit buitenissig van taal. Zij is ernstig, maar ongewichtig. Haar verstaanbaarheid respecteert de rechten van de lezer. Een zekere stugheid neemt de plaats in van zangerigheid. Zij is prozaïsch, niet lyrisch van karakter. De Rotterdamse poëet is geen oeuvrebouwer. Hij is meer een gelegenheidsdichter van het leven, die zijn poëzie buitmaakt op de onromantische, weerbarstige werkelijkheid die hem omringt." - Hans Sleutelaar, geciteerd uit: Rien Vroegindeweij (samenst.), Rotterdam gehakt uit marmer. Poëzie uit Rotterdam 1940-1990, Rotterdam 1990, pp. 5-6.
Hoofdgast Jules Deelder (1944-2019) draagt voor uit eigen werk tijdens ons event rondom Rotterdamse poëzie, Erasmuspaviljoen, 2016

Studentenpoëzie in wijsgerig faculteitsblad Twijfel

Sinds 1970 is Rotterdam de thuishaven van het Poetry International Festival, wereldwijd een van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen voor dichters en poëzieliefhebbers.

Rotterdamse verzen van nu.

Poëzie in bibliofiele uitgaven

C.B. Vaandrager, WIEL ACHT niet die den Mensch beziet, Rotterdam: Bébert 1986. Mapje kaarten in perspex doosje. Oplage 360 genummerde en gesigneerde exemplaren.

Het Leeskabinet verzamelt bibliofiele uitgaven van Rotterdamse schrijvers en/of van Rotterdamse uitgevers en drukkers. Een van de toonaangevende uitgevers was Bébert, waarvan hier enkele bijzonder vormgegeven uitgaven zijn te zien. Maar ook een 'gewone’ uitgever als De Bezige Bij waagde zich in 1973 aan een experiment, getuige de telexrol met gedichten van onder meer Jules Deelder, Hans Wap en Riekus Waskowsky.

Lans Stroeve, Dialoogbox macro / Goudverf / Klein water boek, Rotterdam: Pareltjes, 1993. Drie boekjes, oplage 300 exemplaren.
Bob den Uyl, Zes stijlvolle maar mislukte limericks, litho’s Hedy Gubbels, Rotterdam: Bébert 1981. Oplage 276 exemplaren.
Rien Vroegindeweij, Het moment, Rotterdam: Bébert [1983]. 1 blad in blauw omslag. Oplage 66 gesigneerde exemplaren.
Rien Vroegindeweij, Rotterdam, Rotterdam: Bébert 1982. Uitgegeven t.g.v. het afscheid van de Gemeenteraad van Rotterdam op 7 september 1982. Oplage 65 exemplaren.
Jana Beranová, Jantje zag eens mensen hangen, [Rotterdam]: De Slof-Pers, 1972. Colofon: ‘Jantje met hand- en trapwerk gedrukt in de winter van 1971/1972 door de auteur zelf. Emile Puettmann zei wat kan en wat niet kon’. Oplage 250 genummerde exemplaren.

Poëzie over het Rotterdamsch Leeskabinet

Voor de 150ste verjaardag van het Rotterdamsch Leeskabinet schreef de Rotterdamse dichter Jana Beranová (1932) dit gedicht (links). Ze refereert aan de collectie Grenzeloos Lezen/Reading without borders, met literatuur uit alle werelddelen in Engelse vertaling. Jana Beranová was stadsdichter in 2009 en 2010.

De schrijver Luc Tournier (pseudoniem van Chris Engels, Rotterdam 1907 – 1980 Willemstad) was in 1948 iets cynischer over het Rotterdamsch Leeskabinet, maar hij is wel hoopvol:

Ontbloesemingen

Op verzoek van het Rotterdamsch Leeskabinet en de Universiteitsbibliotheek schreef Myrte Leffring het gedicht ‘Ontbloesemingen'. Het werd door kunstenaar Gemma Plum geïllustreerd en door Pieter Kers vormgegeven en als boekje uitgegeven. De leden van het Leeskabinet ontvangen het als voorjaarsgeschenk. Naast de reguliere uitgave, is er in kleine oplage een bijzondere editie gemaakt, die genummerd en gesigneerd werd door de makers.

Enkele modellen en proefversies van Ontbloesemingen.
Bij vragen over de inhoud van deze digitale expositie of opmerkingen over copyright, kunt u mailen naar: collections@eur-nl.libanswers.com.
NextPrevious